Armoede veroorzaakt overeten?

Obesitas komst steeds vaker voor. Ernstig overgewicht is vooral een probleem bij personen met een relatief lage sociaal economische status – arme mensen. Hoe komt dat? Deze mensen leven vaak in een omgeving waar veel energierijk voedsel te koop is voor weinig geld en waar tegelijkertijd heel weinig echt voedzaam eten (met vezels en vitaminen) voorhanden is [1]. En dus eten arme mensen meer lege calorieën dan goed is voor hun volle lijf. Dat is de gangbare verklaring, maar volgens twee recente studies impliceert armoede ook vooral een gevoel, een onbehaaglijk gevoel van sociale ongelijkheid en minderwaardigheid, en dit zou de lust voor vette hap vergroten; armoede als directe oorzaak van overeten en dus obesitas.

Michelle Cardel van de University of Florida en haar collega’s nodigden een klein groepje proefpersonen uit om een potje Monopoly te komen spelen in het lab [2]. Er werd in tweetallen gespeeld waarbij de ene deelnemer enkele privileges genoot ten opzichte van de tegenstander. De privileges bestonden uit een start met 2000 dollar (in plaats van 1000), gooien met 2 dobbelstenen per beurt (in plaats van 1), het krijgen van 200 dollar bij het passeren van START (in plaats van 100) en de auto (in plaats van de schoen) als speelstuk. Deze manipulatie van het spel zou de een ondergeschikt moeten laten voelen ten opzichte van de ander.

Na het spelen van een potje Monopoly kregen de deelnemers een lunch aangeboden. Daarbij mochten zij zoveel eten als ze wilden. De onderzoekers maten dan wat en hoeveel er werd gegeten. Ongeveer een maand later werden dezelfde proefpersonen nog eens uitgenodigd voor een spelletje en een lunch, maar nu werden de proefpersonen aan een andere sociale status toebedeeld. Wanneer een deelnemer bijvoorbeeld de eerste keer met het autootje mocht spelen, moest hij nu de tweede keer met de schoen spelen.

De proefpersonen aten meer calorieën wanneer ze bij het spelletje Monopoly waren veroordeeld tot een lage sociale status (de schoen). En dus stelt Michelle Calder dat experimenteel verlaagde sociale status de eetlust vergroot. Deugt die conclusie wel? Zien Calder en collega’s dingen die er niet zijn?

Bij statistische toetsen wordt een p-waarde gegeven en als die waarde lager is dan een vooraf bepaalde grenswaarde, spreken we van een statistisch significant effect en verwerpen we de nulhypothese. In het geval van de studie van Calder en collega’s is de nulhypothese dat er evenveel wordt gegeten in de hoge sociale status-conditie als in de lage sociale status-conditie. Er is nul verschil. En het verwerpingscriterium dat de onderzoekers hanteren is het gangbare p < 0,05. Prima. Alleen de toets levert een p = 0,07. Dat vinden Calder en collega’s significant genoeg om de nulhypothese te verwerpen, maar dat is niet terecht. De studie betrof negen proefpersonen waarvan slechts zeven op beide testdagen kwamen opdagen. Het gevonden verschil – het geclaimde effect van sociale status – is bij een te kleine steekproef als deze opgeblazen. Daarnaast is de hoeveelheid calorieën niet het enige effect waarvoor werd getoetst. Binnen dezelfde studie werd de hypothese maar liefst eenentwintig keer getoetst met telkens net een wat andere uitkomstmaat. Dan verwacht je puur op basis van toeval minstens één statistisch significante toets. Kortom, het is uiterst twijfelachtig of deze onderzoekers werkelijk een effect van sociale status op consumptie hebben gevonden.

Maar Michelle Calder was niet de enige onderzoeker die zich afvroeg of armoede, of de notie arm te zijn, ons aanspoort tot overeten. Boyka Bratanova en collega’s veronderstelden het volgende: “perceptions of poverty and socioeconomic inequality contribute to increased calorie intake” [3]. Zij voerden twee experimenten uit. Geen probeersels met een handvol proefpersonen, maar echte experimenten.

In het eerste experiment manipuleerde Bratanova de idee arm te zijn door proefpersonen een kort stukje te laten lezen over mensen in hun maatschappij die leven in armoede en daar vervolgens over te laten schrijven. Dat zou ervoor moeten zorgen dat de proefpersoon zich een beetje met de arme medemens vereenzelvigt, ongeacht of de proefpersoon in werkelijkheid arm is. De vergelijkingsgroep las juist een stukje over rijke mensen. Zo vergeleken Bratanova en collega’s dus twee groepen: een groep proefpersonen die zich arm voelt en een groep die zich rijk voelt. Vervolgens werden de deelnemers gevraagd om aan een andere studie deel te nemen waarbij ze twee filmpjes kregen te zien en daarbij mochten eten van een bordje met crackers of chocolaatjes. Bratanova bepaalde hoeveel de proefpersonen aten van de crackers en de chocola en toetste of het daarbij uitmaakte of de proefpersoon zich arm danwel rijk voelde. Wat bleek? De proefpersonen die zich armer voelden, aten significant meer calorieën.

In het tweede experiment wilden Bratanova en collega’s onderzoeken in hoeverre sociale ongelijkheid de eetlust beïnvloedt. Als je je arm voelt dan eet je meer, zo liet het eerste experiment zien, maar wellicht komt dat omdat je je abnormaal voelt. Dat wil zeggen, de proefpersoon voelde zich voor even minder welvarend dan de norm. Maar wat nu als je jezelf als rijker dan de rest beschouwt? Eet je dan ook meer?

Bratanova informeerde proefpersonen, allemaal studenten, dat zij veel minder, veel meer of even vermogend zijn als de gemiddelde student en dat zij dus veel minder, meer of evenveel dingen kunnen kopen en doen als de gemiddelde student. Daarna keken ze een filmpje en tijdens dat filmpje mochten ze snacken van een schaal crackers en chocola. En de proefpersonen die zichzelf als rijker of armer zagen dan de gemiddelde student aten meer calorieën.

Het hierboven beschreven onderzoek is aardig maar het is ook erg raar onderzoek. Het bewijst natuurlijk helemaal niet dat armoede doet overeten. Die conclusie berust op de tamelijk absurde vooronderstelling dat het verliezen van een spelletje Monopoly [2] of het lezen over arme mensen [3] volstaat om bij een universiteitsstudent het gevoel te ontlokken zelf armlastig te zijn. Zelfs als we die vooronderstelling accepteren is dit bij lange na niet hetzelfde als de situatie van mensen die echt elke dag ieder dubbeltje aan het omdraaien zijn. Boyka Bratanova pleit voor actieve bestrijding van armoede en een meer egalitaire samenleving en dat vind ik een sympathiek pleidooi. Het beteugelt sociale onvrede en onrust, maar het zal niet de trek in vette hap wegnemen of de obesitasepidemie een halt toeroepen.


[1] Drewnowski, A., & Specter, S. E. (2004). Poverty and obesity: The role of energy density and energy costs. American Journal of Clinical Nutrition, 79, 6-16.

[2] Cardel, M. I., Johnson, S. L., Beck, J., Dhurandhar, E., Keita, A. D., Tomczik, A. C., … Allison, D. B. (2015). The effects of experimentally manipulated social status on acute eating behavior: A randomized, crossover pilot study. Physiology and Behavior, 162, 93–101. doi:10.1016/j.physbeh.2016.04.024

[3] Bratanova, B., Loughnan, S., Klein, O., Claassen, A., & Wood, R. (2016). Poverty, inequality, and increased consumption of high calorie food: Experimental evidence for a causal link. Appetite, 100, 162–171. doi:10.1016/j.appet.2016.01.028

[ssba]

One thought on “Armoede veroorzaakt overeten?”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *